Rozemarijn
Rozemarijn ( Rosmarinus officinalis L ) Labiatae /703/1023/vb/1006/
Arabisch : Iklil Al-Jabal
Chinees : Mi-Tieh-Hsiang
Duits : Rosmarin
Engels : Rosemary
Frans : Romarin
Italiaans: Ramerino
Japans : Mannenrô
Portugees : Alecrim
Russisch : Rozmarin
Spaans : Romero
Zweeds : Rosmarin
Rozemarijn is een overblijvende plant, een altijd groenblijvende heestertje van ± 125 cm hoog. De donkergrone blaadjes zijn aangenaam pikant aromatisch en verlenen aan gerechten een typische smaak en geur.
Ze is afkomstig uit het gebied rondom de Middellandse Zee, waar men deze planten in groten getale op rotsige berghellingen kanaantreffen. Rozemarijn groeit nl. in het wild erg gemakkelijk en wel op droge en zonnige plaatsen waar andere planten nauwelijks kunnen gedijen. In de tuin rnoeten wij deze natuurlijke omstandigheden zoveel mogelijk zien te benaderen en daarom een zonnig hoekje, waar de bodem goed doorlatend is, voor de plant reserveren.
Rozemarijn wordt gebruikt bij de bereiding van soepen ("Vooral tomatensoep), sauzen, vlees- en visgerechten, wild en gevogelte, salades en bouillon. Voorts heeft zij een kalmerende werking, gaat maag- en darmstoornissen tegen en stimuleert de bloedcirculatie.
De smalle naaldachtige bladeren zijn aan de bovenkant donkergroen en aan de onderkant wit. De stengel is ongeveer vierkant en wordt houtig vanaf het tweede jaar. De plant groeit in vertakte bundels en wordt ongeveer 1 tot 2 meter groot.
De Latijnse naam Rosmarinus komt van de woorden ros = dauw, en marinus = uit zee komen. AI sinds mensenheugenis is dit kruid gebruikt door koks en apothekers.
Beschrijving door Dick Pijpers ©2011
