Oregano
Oregano ( Origanum vulgare L. Syn.Origanum majorana ) Labiatae /703/1023/
Arabisch : Anâr
Duits : Dost ,Gartenmajoran ,Meiran , Wurstkraut
Engels: Oregano, Common Sweet Majoram,
Frans: Origan, Grand Origan ,Marjoleine
Italiaans:Regamo
Japans : Oregano
Portugees: Ourégão
Russisch: Dushitsa
Spaans: Orégano
Zweeds : Vild Mejram
Andere namen: Marjoraan, Dost, Duist, Orega, Orego,
Welghemoet, Palingkruid, Kieselof, Mariankruid en Bergvreugd.
Wilde marjolein (Origanum vulgare) is een meerjarige, winterharde kruidachtige plant, die 30 tot 6o cm hoog wordt. De bladeren zijn ovaal, puntig, gaafrandig en donkergroen. De bladeren smaken naar peper. Oregano bloeit van juli tot september met witte of roze bloemen. Wanneer de marjolein bloeit wordt hij massaal bezocht door de bijen. Oregano is algemeen te vinden in Zuid-Limburg, naast wegen en bosranden. Het is in Nederiand en
Beigië een beschermde plant.
Echte Marjolein (Origanum Marjorana) komt zelden verwilderd voor. Deze plant wordt veelvuldig in tuinen gekweekt.
Het is een half winterharde plant. De bloemen van Marjolein ziin wit of licht
rood. De bladeren zijn middelgroen en aan beide zijde grijsviltig behaard. De
stengel is recht tot slap, harig, rond en groen met rode spikkels. De plant
heeft horizontale wortelstelen waar ze de grond raken.
De Grieken hebben ons de legenden nagelaten en de naam van dit aloude keukenkruid: oros ganos, vreugde-van-de-berg. Degenen die Griekeniand bezocht hebben, waar oregano (wilde marjolein of majoraan) de heuvelhellingen bedekt en de zomerlucht haar geur geeft, zullen die naam zeker bevestigen. De zoetpittige geur van marjolein werd volgens zeggen gecreëerd door Aphrodite als een symbool voor geluk. Bruidsparen werden gekroond met slingers van marjolein en planten werden op grafstenen geplaatst orn rust te geven aan rondwarende geesten. Aristoteles meldde dat schildpadden die een slang verzwolgen onmiddellijk oregano zouden rnoeten eten om niet dood te gaan, dus werd oregano ook door mensen als tegengif ingenomen. De Grieken hielden van de geur na een bad, als marjoleinolie op hun voorhoofd en in hun haren gemasseerd werd. Eerder al, in het oude Egypte, was het bekend dat oregano kon genezen, desinfecteren en voedsel conserveren en die kennis is sindsdien bewaard gebleven. Echte marjolein werd in de Middeleeuwen in Europa geïntroduceerd en ze was in trek bij de dames "om in ruikers, kruidenbuiltjes en reukwatertjes te doen". De bladeren werden ook over eiken meubels en vloeren gewreven om er een geurende glans over te krijgen. Bij onweer stopten de melkmeisjes marjolein bij de bussen verse rnelk om de zoetheid ervan te bewaren.
Wilde marjolein lijkt erg op Tijm en werd door de volksgeneeskunde ook om dezelfde eigenschappen gewaardeerd. Meer bepaald gebruik als maagversterkend en hoestdempend middel en als expectorans (in geval van hevige hoestbuien).
Beschrijving door Dick Pijpers ©2011
