Spruiten
169/57/
Spruitkool
(Brassica oleracea, convar. oleracea, var. gemmifera)
ENGELS: Brussels sprouts
FRANS: Chou de Bruxelles
DUITS: Rosenkohl, Brüsseler Kohl
De groente is de jongste spruit van de cultuurgewassen van het geslacht
Brassica. Het gewas stamt uit het einde van de 18e eeuw uit Brussel,
vandaar ook de buitenlandse namen Chou Bruxelles of Brussels sprouts.
Spruitkool is in die tijd ook in Nederland, Engeland en Noord Amerika
geintroduceerd.
Spruiten lijken op kleine sluitkooltjes, ze worden echter niet tot deze
groep gerekend. Ze groeien in de bladoksels van de spruitkoolplant aan
een lange rechte stam. De kleine kooltjes bestaan uit een korte stengel,
de zogenaamde pit en een groot aantal over elkaar geslagen groene blaadjes. Spruiten worden alleen in de vollegrond geteeld. Het seizoen loopt van ongeveer eind augustus tot april. De groente komt voornamelijk uit eigen land. Als er veel vraag is, dan wordt de groente in de voorjaarsmaanden geimporteerd uit Engeland. Veel mensen denken dat spruiten pas lekker zijn als de vorst erover is geweest. Lage temperatures zorgen namelijk voor de omzetting van zetmeel in suikers, de smaak van spruiten wordt dan zoeter. De meeste rassen van tegenwoordig zijn echter ook zonder die vorst smakelijk.
De zoete smaak ontstaat door bevriezing op het land bij levende planten .
-7° C. is de meest effectieve temperatuur. Geheel ten onrechte wordt er
wel beweert dat de spruiten bij opslag in de diepvries ook deze zoete smaak krijgen.
Spruitkool is een belangrijke wintergroente.
Het gezegde ‘de vorst moet er overheen zijn gegaan’ is voldoende bekend
en geeft aan dat het produkt winterhard is en dus gedurende de winter op
het land kan blijven staan.
Met de komst van hybride-rassen begint de oogst al in augustus, in die
maand is er echter nog niet veel vraag naar Spruitkool. De industrie neemt
deze Spruiten voornamelijk af voor de diepvries.
Van de totale oogst wordt ± 50% als vers produkt geëxporteerd.
Spruiten worden in ons land eenmalig machinaal geoogst; Spruiten worden
ongeschoond en geschoond aangevoerd.
OORSPRONG: Vermoedelijk België
PRODUKTIE: Engeland, Nederland, Frankrijk, België
AANVOER: Van augustus tot maart.
GEBRUIK: Losse blaadjes afpellen, stronkjes bijsnijden, goed wassen
en koken
HOUDBAARHEID: Bij -1°C en een hoge luchtvochtigheid 3 tot 4 weken.
VOEDINGSWAARDE: Per 100gr, 172 kj/41 kcal; 5 gr. koolhydraten;
4 gr. eiwit; 0, 5 g vet; 3 0 mg calcium; 1 mg ijzer; I50 mg vitamine C;
1,0 mg vitamine A; 0,50 mg vitamine PP.
Rassen: De oudste Hybriderassen zijn Olaf en Thor.Het veredelen en
hybridiseren gaat snel waardoor het aantal rassen jaarlijks toeneemt.
Enkele zaadvaste rassen zijn : Roodnerf. De naam heeft dit ras
te danken aan de paars aangelopen bladsteel en hoofdnerf. De spruit zelf
is echter donkergroen. Hiervan zijn vele selecties van vroeg tot laat
bekend. De oogst begint eind september en gaat vaak door tot maart.
Groninger. Ook hier zijn veel selecties van bekend. Dit ras werd vroeger
veel in het Noorden van Nederland geteeld. Nu is daar bijna geen teelt
meer van spruiten.
Op de rassenlijst staan nu o.a. :
Mistral,Eclipsus,Exodus Genius en Helemus
Clodius,Dominator,Hivernus
Gustus,Abacus,Bright, Breton Cronus
Romulus,Cyrus,Doric Igor,Nautic
Beschrijving door Dick Pijpers ©2011
