Chinese Kool
Chinese Kool /1303/ 169/638/757/510/904/433/
(Brassica cernua (Thbg) Forbes en Hemsl) syn(B.pekinensis(Lour.) Rupr.) Cruciferae
Engels: Cinese cabbage
Duits: Chinesischer Kohl, Cinakohl
Frans:Chou de Chine,Pé-Tsai, Chou chinois
Italiaans:Cavolo Chinese
Spaans:Col Chino
Deens: Kinesisk kål
Zweeds:Kinesisk kål
Chinese kool behoort tot de familie van de cruciferae(kruisbloemige) en het geslacht Brassica.Tot dit geslacht behoren ongeveer twintig soorten,waaronder een aantal belangrijke cultuurgewassen zoals alle koolsoorten,raapsoorten en koolzaad. De officiele naam was lange tijd Brassica Pekinensis = uit Peking afkomstig.Thans is Brassica cernua de vastgestelde officiele naam. Tot de Cinese kool behoren verschillende typen zoals Pe-tsai en Wong Bok.Kolen met een gedrongen gesloten krop en kolen met lang blad wat nauwelijks een kropje vormt.Nauw verwant aan de chinese kool is de Brassica chinensis L. ( Pak Choi) en de B.nipposinica Bailey ( Gele Raapstelen= Namenia)
De Chinese kool is inheems in Oost-Azie.Als cultuurgewas heeft het een lange geschiedenis. Aangenomen wordt dat het lang voor onze jaartelling in China geteeld werd. Voor de middeleeuwen werd de Chinese kool reeds geteeld op het vaste land van Japan en vandaar uit verspreidt in geheel Oost - Azie.
De teelt van Chinese Kool in ons land neemt jaarlijks toe. De ‘krop’ van de in ons land meest geteelde Chinese Kool is lang en smal van vorm, geel tot donkergroen van kleur met dikke bladnerven en tamelijk los. De geïmporteerde Chinese Kool is iets dikker en korter van vorm en heeft veel bladmoes.
In Nederland wordt Chinese Kool in de vollegrond en onder glas geteeld.
Europees gezien is de produktie van Chinese Kool in Nederland gering. Oostenrijk en Duitsland produceren respectievelijk vijf en vier maal zoveel, terwijl Spanje vijf maal de Nederlandse produktie exporteert.
Bij Chinese Kool kunnen twee typen worden onderscheiden, namelijk het Cantonner Witkroptype c.q. Granaattype en de Japanse hybriden. Het eerste type vormt een lange, slanke kool en het tweede type een kortere, bredere kool.
Bij de oogst wordt de Chinese Kool meestal ‘gepeld’ hetgeen inhoudt dat ze van de buitenste bladen worden ontdaan. Alleen de gesloten gedeelten, de echte kolen, worden dan voorverpakt aangevoerd.
Het schoningsverlies na bewaring kan aanzienlijk zijn en wordt vooral veroorzaakt door Nerfbruin, natrot en indroging, ook Black Speck, kleine zwarte stippen, kan aanzienlijke schade opleveren, de aantasting uit zich meestal tijdens de bewaring.
Voedingswaarde per 100 gram.
Energie: 62kJ/15kcal - Koolhydraten: 2 gr.
Eiwit:1 gr. - Vet: 0,3 gr.
Kalium: 250 mg. - Calcium 125 mg.
Fosfor: 45 mg. - Natrium: 10 mg.
IJzer: 1 mg. - Vitamine C: 25 mg.
Bewaren:
Gekoeld:
2-5°C, 90-95% R.V.: 2-3 weken.
Ongekoeld:
afhankelijk van de temperatuur: 3-5 dagen.
Rassen:
Cantonner Witkrop: Oud ras met een slanke. langwerpige krop (- 50 cm lang, ca. 12 cm in doorsnee) en donkergroen omblad met een gekartelde bladrand. Naar de vorm van de krop wordt dit type meestal Granaat of Torpedo genoemd. Kan slechts kort worden bewaard.
Chiko en Granado :Twee tussentypen: de kroppen zijn korter dan die van het vorige ras. Chiko heeft groen omblad, Granado is donkergroen van ombladkleur.
Onderstaande rassen worden ook aangeduid als "JapanKool" of " Hongkong -Hybriden".De getallen achter de letters WR, staan voor het aantal groeidagen.
Eskimo: Een F1 -Hybride,Een ras met een zelfblekende krop.
Kasumi: Een vroege japanse hybride met groen omblad. De vorm is kort en breed.Een dichte zware krop met een korte pit en goed resistent tegen schieten.
Osiris (WR 6o): Een middenvroege japanse hybryde met een kroplengte van ongeveer 2 8 cm en een doorsnee van 15 cm. Kan enige tijd worden bewaard.
Regina (WR 50) :Een zeer vroege, japanse hybride met lichtgroen tot groen omblad. De krop is circa 23 cm lang en + I 5 cm in doorsnee.
Beschrijving door Dick Pijpers ©2011
