Meloenen
Meloenen ( Cucumis melo) CucurbitaceaeEngels: melon: musk melon Duits: Melone
Frans: Melon Italiaans: Popone; Melone
Spaans: melon Deens: melon
Zweeds: melon
Thai: Teng-lai Maleisië: Buah semangka
Indonesië: Blewa, melon. Laboe
Filippijnen: Milon
De naamsaanduiding meloen, is de aanduiding voor de soort. Daarnaast wordt er in het handelskanaal gebruik gemaakt van type - en rasnamen. Dit kan verwarring geven. Net als bij de Nederlandse meloenen is bij import variëteiten het ras of type vermeld op de verpakking.
Geschiedenis
Meloenen behoren tot de zeer uitgebreide familie van de Cucurbitaceae of komkommerachtige, waartoe ook de pompoenen, courgettes, patisson, augurken en komkommers behoren.De Cucurbitaceae omvat meer dan 850 soorten verdeeld over 100 geslachten. Het zijn bijna alle klimmende of kruipende, kruidachtige planten met in verhouding zware besvruchten.
De oorsprong van de gewone (suiker) meloen is waarschijnlijk afkomstig uit Midden-Azie, al noemen andere bronnen Afrika als stamgebied van deze plant. Uit de vroegste literatuur blijkt dat in het gebied van de Bosporus tot in India de meloen zich thuis voelt. De Romeinen hebben de meloen gekend zoals blijkt uit opgravingen bij Pompei en Herculaneum dat in 71 na Chr. bedolven werd onder de uitbraak van de Vesuvius.De teelt heeft zich in Europa beperkt tot de Middellandse-Zeelanden, totdat de teelt onder glas in Noordwest Europa op gang kwam.Daar hebben meloenen een bescheiden plaats bij de glastelers gekregen..In het begin van de 20ste eeuw begon de teelt in het Westland, voornamelijk onder glas. Omstreeks 1937 was de beteelde oppervlakte onder glas ca. 230 ha.. Door de komst van de schimmelziekte Fusarium kromp de teelt na 1960 sterk in. In deze periode komt de import van meloenen uit zuidelijker landen opgang.
Men neemt aan dat Columbus zaden in Amerika heeft ingevoerd, d.w.z. van de gewone meloen.
Indeling in groepen en rassen
Cucumis melo var. cantalupensis Tot deze groep behoren o.a. de rassen: Ha’Ogen - Cavaillon - Charentais - Orange Ananas/ Tijgermeloen - Cantalun- Cantaloup- d’Alger
Het kenmerk van deze groep is de vruchten zijn geel tot geelgroen van kleur met een duidelijke mootverdeling. Het vruchtvlees is oranje of lichtgroen van kleur. Bij rijpheid komt de aromatische geur vrij en is het vruchtvlees licht indrukbaar. De houdbaarheid is beperkt
Cucumis melo var. inodorus ( Wintermeloen) Tot deze groep behoren o.a. de rassen: Honeydew-Cavaillon espagnol - Tendral black - Piel de Sapo - Amarillo Oro/Yellow melon/Tendral Amarillo - Amarillo Liso - Canary - Casaba - Crenshaw
Bij de wintermeloenen is de schil van de vrucht stevig tot hard. De vruchten kunnen zowel een schil hebben met langsgroeven als geheel glad zijn..Lichte netvorm en mootverdeling komen ook voor. Het vruchtvlees is bij de meeste rassen lichtgroen en stevig De houdbaarheid is zeer goed te noemen
Cucumis melo var. reticulatis Tot deze groep behoren o.a. de rassen: Netmeloen - Hollandse Netmeloen - Galia - Early Hanover - Blenheim orange -Musk melon - Persian - Rocky Ford - Cataloupes (USA) - Hollandse Suikermeloen/Westlandse suiker
Kenmerk van de reticulata is de duidelijke netvorming op een egaal ronde of gesegmenteerde vrucht. Het vruchtvlees is geurig en meestal lichtgroen of oranje van kleur.
Gezien bovenstaande is het niet verwonderlijk dat de zaadbedrijven blijven zoeken naar rassen die alle goede eigenschappen in zich verenigd hebben.Door veredeling van de bestaande rassen en onderling kruisen, ontstaan er nieuwe variëteiten .De belangrijkste redenen voor dit veredelingwerk zijn het telen van rassen die minder, en liefst geheel bestand zijn tegen ziekten en gebreken. En natuurlijk een verbetering van smaak, aroma en houdbaarheid.
Nederlandse rassen : Rassen voor de liggende teelt in Nederland:
Enkele net (syn. Westlandse enkele net) Dit is een type met vruchten van 1,5 tot 2 kg. De vorm is platrond, gemoot en met een kurkachtig net op de donkergroene schil. Het vruchtvlees is lichtoranje. De smaak is maar matig en het suikergehalte is laag, namelijk slechts 3 tot 5%.
Oranje ananas (syn. Tijgerananas) Dit is een type met vruchten van 1,5 tot 2,5 kg. De vorm is iets hoogrond, gemoot en er zit geen net op de schil. De schil is crèmekleurig en bevat scherp begrensde groene vlekken die tijdens de rijping oranje doorkleuren. Het vruchtvlees heeft een oranje kleur en is sappig en stevig. De smaak is uitstekend en het suikergehalte ligt tussen de 8 en 12%.
Witte suiker (syn. Westlandse suiker, Honey Dew, Guernsey Conqueror)Ook dit is een type met vruchten van 1,5 tot 2,5 kg. De vorm is iets hoogrond, niet gemoot en er is sprake van een lichte netvorming op de schil. De vruchtschil is groen, maar kleurt naar lichtgeel als de meloen rijp wordt. Het lichtgroene vruchtvlees heeft een prima smaak. Het suikergehalte is betrekkelijk hoog, ongeveer 15%.
Genoemde rassen worden beperkt aanbevolen, maar er zijn voor de Nederlandse situatie geen betere rassen op de markt.
Rassen voor de klimmende teelt in Nederland:
- Ha'on Dit type produceert sterk geurende vruchten met een gewicht van 0,5 tot 1,2 kg. De vorm is rond tot hoogrond en licht gemoot. De schil is glad, dun en stevig. Het zeer smakelijke vruchtvlees is groen en sappig en heeft een suikergehalte van 8 tot 12%
- Overgen Dit ras lijkt veel op Ha'on, maar verschilt in resistentie tegen Fusarium, heeft een lager suikergehalte en kleurt iets sneller door, waardoor frequenter oogsten noodzakelijk is.
De "Ogentypen" blijven het meest belangrijk. 90% van de Nederlandse meloenenrassen bestaat uit dit type. De handel heeft een voorkeur voor de (Franse) "Charentais"‑meloen vanwege het aantrekkelijke model en de goede smaak.
De Charentaismeloen heeft een aantrekkelijk uiterlijk en een goede smaak. In het verleden vormde de snelle afrijping van deze meloen een enorm probleem.
De Charentais is vroeg. Dagelijks oogsten is noodzakelijk om te voorkomen dat de vruchten van de plant vallen. Deze meloen is klein van stuk (450‑ 700 gr in april; 700‑1100 gr in de zomer). De meeste rassen hebben lichtgroene vruchten die bij rijping gelig worden. Rassen met een net op de vruchthuid worden na rijping okerkleurig. Het vruchtvlees is oranjerood. De smaak van de meeste is bij de oogst prima, maar deze loopt na enkele dagen terug als de vruchten overrijp worden. Ze worden dan waterig en de smaak loopt sterk terug, ondanks het vaak hoge suikergehalte.
Voedingswaarden per 100 gr (bron Greenery)
Energie 102 tot 122 KJ - IJzer 0.8 mg - Koolhydraten 6.0 gr. - Natrium 15 tot 20g - Calcium 14 mg - Vezels 0.6 gr. - Vitamine C 12 tot 32 mg.
Opslagduur en temperatuur
Voor elk type meloen gelden andere ideale bewaartemperaturen. De RV dient steeds 85-90% te zijn. Ogenmeloenen zijn gekoeld bij 6-7 °C 2 weken houdbaar, ongekoeld slechts 2-3 dagen. Netmeloenen zijn in het algemeen 1 tot 2 weken houdbaar bij 6-9 °C en ongekoeld 3-5 dagen. Uitzondering is de Cantaloupe meloen die kan bij 3° C. bewaard worden
Voor de extra zoete types (bijv. Honingmeloen) geldt een houdbaarheidsperiode van 2-3 weken bij een temperatuur van 10-14 °C. Ongekoeld kunnen deze meloenen 1-2 weken worden bewaard.
