Taro
Taro uit Azië (Colocasia esculenta var. esculenta )
en uit tropisch Amerika de (Xanthosoma sagittifolium L. syn. X violaceum )
beide uit de Araceae familie
Taro is bekend onder de volgende namen:
Ned: taro,
Fra: taro,
Dui: Taro,
Eng: taro, cocoyam
Overige namen zijn:
Taro - Dasheen - Cocoyam - Kalo - Keladi - Kulkas
Familie
Taro behoord tot de familie van de Araceae, de aronskelkachtige. De meeste planten uit deze familie groeien in alle tropische gebieden. Het zijn selecties en variëteiten van de in het wild voorkomende taroplant uit Azië. Tot dezelfde familie behoren de in Nederland bekende kamerplanten/snijbloemen zoals: Anthurium andreanum (de lakanthurium), Anthurium scherzerianum (flamingoplant) en de Zantedeschia aethiopica (aronskelk).
Herkomst
India wordt beschouwd als de bakermat van de Taro. Vermoedelijk is de plant al meer dan 7000 jaar geleden gebruikt als voedsel. De knol en het blad van de plant zijn eetbaar.
Uiterlijke kenmerken
Taro is een wortelgewas, waarvan de penwortel vlezig verdikt is en daardoor de vorm heeft van een knol. Van deze planten worden de knollen, maar ook het blad, gegeten. De plant heeft lang gesteelde groene bladeren. De knollen zijn bruin gekleurd. Over de gehele knol zijn ringvormige groeistrepen te onderscheiden. De knollen zijn bijzonder voedzaam.
Taro, zijn grote knollen met een lengte tot 30 cm. die wel 25 kilo zwaar kunnen worden.
Soorten:
Onder de naam Taro zijn meer dan 1000 verschillende landelijke en lokale type bekend.
Van de plant zijn naast de knollen ook de jonge bladeren te gebruiken.
Consumptie en toepassing
Voor ca.200 miljoen mensen is de Taro het dagelijkse voedsel. Toen kapitein Cook in 1778 op Hawaï afmeerde waren daar al meer dan 300 cultivars van de Kalo bekend. Kalo is de naam voor Taro op Hawaï. Jaarlijks wordt er ca. 4,5 miljoen ton van deze voedsel knollen geproduceerd,waarvan ca. 3,5 miljoen ton in Afrika.
De belangrijkste reden voor de consumptie van deze knollen is de neutrale smaak en de grote gebruikswaarde, o.a. gekookt, geraspt tot pap, vermalen en gedroogd tot poeder als basis voor koeken, zelfs uit de gegiste pulp is alcohol te winnen.‘Fufu’ en ‘ Poi’ zijn namen voor de gefermenteerde alcohol houdende tarodrank.
De knollen worden gewassen en daarna geschild en in dunne plakjes gesneden. Deze worden opnieuw gewassen, maar nu in zout water. De plakjes worden gekookt of gestoomd. Eten met bruine suiker en/of kokos.
Voedingswaarde
Voedingswaarde knol per 100 gram:
Energie: 250 kJ
Vitamine A: 5,0 mg
Eiwit: 4,3 g
Vitamine C: 6,0 mg
Calcium: 165 mg
IJzer: 1,0 mg
Productielanden
Het aantal landen dat deze knollen naar Europa exporteert is enorm. De belangrijkste uit Azië zijn: Thailand, Japan en China . Uit Afrika zijn dat o.a. Ghana, Ivoorkust en Togo .
Midden Amerika met Mexico, Texas en de eilanden in de Caribische zee.
Ook de verschillende eilanden in Polynesië exporteren naar Europa.
Jaarrond
Het aanbod is zo breed dat er het jaarrond voor elk wat wils is.
Korte bewaring :
De knollen zijn ,mits droog bewaard bij een RV van 85 tot 90 % ,twee tot drie maanden houdbaar bij een temperatuur van 8 tot 10°C.
Zie ook Eddo
Beschrijving door Dick Pijpers ©2011
