Rambutan
Naamgeving
Rambutan is bekend onder de volgende namen:
Nederlands:rambutan, ramboetan
Frans: ramboutan, litchi chevelu
Duits: Rambutan
Spaans: rambutan, ,Mamón
Engels: rambutan, hairy litchi
Thailand: Ngoh
Maleisie: Rambutan
Indonesie: Rambutan
Filipijnen: Rambutan, Usan
Familie
Rambutan behoort tot de familie van de Sapindaceae. Dit is een familie van tropische planten, bomen, klimplanten en struiken.
Tot de familie van de Sapindaceae behoren:
- Litchi zoete vrucht met langwerpige pit; belangrijkste van de drie
- Longan minder zoete vrucht dan litchi met ronde pit; minst bekend
- Rambutan minder zoete vrucht dan litchi met kleine langwerpige pit; verse
behaarde exemplaren zijn rood van kleur met groene haren
De vruchten van de familie van de Sapindaceae behoren tot zeer gewaardeerde fruitsoorten.
Herkomst
Het land van oorsprong van de rambutan is Maleisië en Indonesië. De naam rambutan komt van het Maleise woord ‘rambut’, dat ‘haar’ betekent.
Uiterlijke kenmerken
De rambutans groeien in trossen aan bomen die 15 - 20 m hoog zijn. Er zijn mannelijke en vrouwelijke bomen. De boom kan twee keer per jaar vrucht dragen. De vrucht van de rambutan lijkt van binnen erg op de litchi, maar de buitenkant is totaal anders. De vrucht van de rambutan heeft de grootte van een pruim met een doorsnee van 2 - 5 cm en een lengte van ca 8 cm. Bij de verse rambutan is de schil wijnrood, bezet met zachte, groene borstelige haren. Er is ook een variëteit waar van de schil goudgeel is, verder gelijk aan de meer voorkomende rode variëteit.
Vandaar dat de rambutan ook wel een behaarde litchi wordt genoemd. Het vruchtvlees van de rambutan is glazig wit gekleurd. Het vruchtvlees van de litchi is helder wit van kleur. De rambutan heeft een sappig zoet aroma, maar is iets minder zoet dan de litchi. De witte pit is langwerpig en iets kleiner dan die van de litchi.
Consumptie en toepassing
De schil kan gemakkelijk met de vingers worden verwijderd.
In fruitsalades, desserts (b.v. met Grand Marnier en ijs), cocktails en in groentesalades. Verder in combinatie met gember, in fijne vleesgerechten (b.v. kalfsvlees), als borrelhapje met kaas of rauwe ham. In hartige of zoete gerechten. De onrijpe vruchten worden in land van herkomst ook wel gekookt en verder verwerkt tot een vruchtenmoes.
In de productielanden wordt de Rambutan ook verwerkt als conserven.
Voedingswaarde
Voedingswaarde per 100 gram:
Energie: 269 KJoules (64 Keal)
Water: 83 %,
Koolhydraten en suikers 14,5 gram
1Jzer: 0,6 - 1,5 mg
Vitamine C 31-40 mg
Calcium 1 0.6 mg
Fosfor 12.9 mg
Productielanden
De rambutan wordt verbouwd in Zuidoost Azië: Maleisië (belangrijkste aanvoerland), Indonesië en Thailand, tropisch Oost-Afrika ,Equador en Madagaskar.
In de vijftiger jaren van de vorige eeuw was de Rambutan nog een zeldzaamheid in Nederland. Door de komst van de KNIL militaire uit Indonesië kwam ook vraag naar de Kapulasan ( Nephelium mutabile), niet verwarren met de Rambutan.
Kapulasan is nauw verwant aan de Litchi en Rambutan. De vrucht heeft een gestekelde huid, die meer op wratten dan stekels lijken .Het vruchtvlees is aromatischer dan dat van de Litchi en Rambutan. Deze vruchten zijn inheems in Indonesië .
In eerste instantie werd de Rambutan alleen verkocht via de Toko’s en de rijdende Indische Waroeng. (winkel). Thans is de Rambutan een vrucht die een groot aantal liefhebbers telt Ondanks dat de Rambutan een kwetsbare vrucht is, zijn ze niet meer weg te denken in het assortiment van de AGF specialist.
Jaarrond aanvoer
De rambutan wordt verbouwd in Zuidoost Azië: Maleisië , Indonesië en Thailand, tropisch Oost-Afrika, Equador en Madagaskar.
Tegenwoordig wordt rambutan uit Zuidoost Azië meestal per vliegtuig aangevoerd.
Vanuit Maleisië in de maanden mei en juni en de maanden december en januari
Vanuit de Filippijnen in de maanden maart tot juli en de maanden oktober en november
De overige productie landen vullen de overige periode met aanvoer.
Het gehele jaar door wordt rambutan aangevoerd.
In de maanden november tot maart is de aanvoer het grootst. De komende jaren wordt
deze periode verder uitgebreid.
Transport
De kwetsbaarheid van de Rambutan vereist een speciale gesloten verpakking .Luchtvracht bij ca. 14 ° C en een RV van 85% .
De vruchten worden eetrijp aangevoerd. De schil laat dan gemakkelijk los. In die situatie zijn de vruchten moeilijk houdbaar. De schil moet volkomen gaaf zijn en een mooie dieprode of gele kleur hebben. De haren/stekels zijn lichtgroen tot rood gekleurd.
Bij oude rambutans zijn de haren/stekels bruin verkleurd.
Te rijpe rambutans herkent men aan de geur. De rambutan ruikt dan zurig.
Bewaaromstandigheden
Rambutan is moeilijk bewaarbaar en gevoelig voor lage temperatuurbederf (LTB).
Ongekoelde bewaring bij een lage luchtvochtigheid (<60-65%) veroorzaakt uitdroging en gewichtsverlies. De haren verkleuren bruin en de vruchten zien er niet meer aantrekkelijk uit. Rijpe rambutans kunnen bij kamertemperatuur enige dagen bewaard worden.
Het beste kan rambutan in het donker worden bewaard bij een temperatuur van ca. 15°C en een RV van 75 - 85% (dozen gesloten laten). Maximale opslag is een week zodra ze in Europa zijn aangekomen.
Als de haren van de rambutan zwart zijn is bij een te lage RV gekoeld.
Teeltgebieden
De huidige teeltgebieden zijn: o.a. in Zuidoost Azië: Maleisië (belangrijkste aanvoerland), Indonesië en Thailand, tropisch Oost-Afrika, Equador en Madagaskar.
Rassen
Rambutan wordt nog niet onder rasnaam verkocht.
Het aantal rassen dat bekend is ligt boven duizend, hiervan zijn er ongeveer een honderdtal commercieel interessant. In 1960 zijn , in Indonesië ,uit een zaailingen proef, slechts 10 bruikbare cultivars gehaald.
‘Seematjan’, 'Seenjonja', 'Maharlika', 'Divata', 'Marikit', 'Dalisay', 'Marilag', 'Bituin', 'Alindog', en 'Paraluman'. Deze rassen zijn weer gebruikt voor veredeling van de huidige rassen.
De bekendste gele Rambutan in Indonesië is de ‘ Atjeh Koonig’
In Maleisië is dat de ‘Rambutan gading’.
De bekendste commerciële cultivars is de ASEAN regio zijn:
In Indonesië zijn dat o.a. : 'Lebakbulus', 'Binjai', 'Simacan', en 'Rapiah'
In Maleisië zijn dat o.a. : ‘Khaw Tow Bak'(R160), 'Lee Long' (R161), en 'Daun Hijau'(R162)
In Thailand zijn dat o.a. : 'Rongrien', 'Seechompoo', 'Jemong' , 'Seetong' en 'Bangyeekhan'
Exporterende landen gaan steeds vaker over de rasnamen op de verpakking te vermelden.
Beschrijving door Dick Pijpers ©2011
